Bezoek aan HFS, december 2014

Van 15 – 19 december was Ralph op bezoek in Bethlehem bij de Hope Flowers School en bij het Community Center. Hieronder een schets van de vele ontmoetingen die hij had, en de informatie die hij heeft opgedaan.

Maandagmiddag

Een medewerker van de diplomatieke vertegenwoordiging van Duitsland is op bezoek bij het Community Center, om te zien wat er gedaan wordt met de subsidie die het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken geeft aan Hope Flowers. Ook het Hoofd Onderwijs van regio Zuid-Hebron van de Palestijnse Autoriteit is aanwezig. Die middag vindt de laatste sessie plaats van een serie rondom “trauma hantering”, waarbij docenten van scholen uit de regio Zuid-Hebron getraind worden in het omgaan met probleemgedrag en leermoeilijkheden van kinderen met geweldtrauma. De expertise die de Hope Flowers School daarin heeft opgebouwd is zo relevant, dat die sinds dit jaar wordt uitgedragen naar andere scholen. Omdat het programma bij de docenten uit de regio Zuid/Hebron al vanaf de allereerste sessie sterk aanslaat, wordt al nagedacht over verdere verspreiding naar scholen in andere delen van de West Bank. De training wordt gegeven door Mahmoud, die aan het Community Center is verbonden als inhoudelijk coördinator.

Aan het eind van de sessie is er ruimte voor een aantal vragen van de Duitse diplomatieke vertegenwoordiger, en uit de antwoorden wordt duidelijk dat de aanpak die Hope Flowers heeft ontwikkeld erin slaagt om aan docenten een duidelijk handelingsperspectief te geven en bij de kinderen meer zelfrespect te genereren. Een belangrijk aspect is dat er wordt gewerkt vanuit de persoonlijke trauma’s die ook de docenten allemaal hebben – pas als de docent die weet te erkennen en kan hanteren, kan hij/zij ook de kinderen helpen om met hun trauma om te gaan en de negatieve effecten ervan te verminderen.

Dinsdag

In de ochtend bezoek ik samen met Ibrahim de school, en maak kennis met Fatih, de operationeel manager van de school. Hij is sinds een paar maanden in dienst, en neemt de taken over van Hind Issa die deze rol tot voor kort vervulde. Vanwege haar gevorderde leeftijd treedt ze terug uit de dagelijkse gang van zaken en zal enkel nog in het bestuur deelnemen.

Fatih heeft 20 jaar ervaring in het managen van scholen, maar dat waren altijd door UNWRA gefinancierde scholen – het aspect van een privaat gefinancierde school is een nieuwe uitdaging voor hem.

Daarna weer naar het Community Center, om kennis te maken met Aya en Nida, die alle activiteiten van het Center organiseren:

  • community building rondom de school – bijvoorbeeld maandelijkse bijeenkomsten met/voor de ouders
  • vrijwilligerswerk in de buurt en voor de school – bijvoorbeeld het bijhouden van de bomen en struiken rondom de school, simpel onderhoud aan het gebouw
  • kinderbeschermingprogramma – psycho-sociale ondersteuning voor kinderen, óók kinderen uit de buurt die níet naar school gaan, zodat de ouders zien dat school er is voor de hele gemeenschap; ook het (via de school) verzorgen van warme maaltijden voor ondervoede kinderen valt hieronder
  • sportprogramma – het samen sporten wordt gebruikt als opstapje om kinderen vreedzaam en democratisch te leren samenwerken
  • informatiesessies – als onderdeel van het sociaal werk in de buurt zijn er bijvoorbeeld workshops voor (conservatieve) moeders om hen te wijzen op de gezondheidsrisico’s van het jong uithuwelijken van hun dochters.

Ook maak ik kennis met Nasser, die financieel manager is van de Hope Flowers Foundation. Dat betekent dat de administratie van de school én het community center door hem worden gedaan. Hij werkt met het software pakket ‘Audit’ dat veel gebruikt wordt in Palestina.

In de middag vergezel ik Ibrahim naar een politiestation dat ook fungeert als administratiekantoor, omdat hij daar een vernieuwde “permit” op moet halen. Het terrein rondom het betonnen gebouwtje is omheind met een hek vol prikkeldraad en betonblokken die een vrachtwagen nog tegenhouden, en er staan camera’s en bouwlampen op het dak om ook bij nacht elke beweging in de omgeving te kunnen registreren. Binnenkomen doe je via twee manshoge stalen draaihekken, en de dienstdoende beambte is een militair achter vuistdik kogelvrij glas. Het hele interieur ziet er enorm kaal en afgetrapt uit, met roestige ijzeren bankjes om op te wachten. Ik krijg instructies wat ik moet zeggen als me wat gevraagd zou worden – wat niet gebeurt. Ibrahim houdt rekening met enkele uren wachten, maar deze keer gaat het vlot. Na 20 minuten is het papiertje afgegeven en kunnen we, door twee andere ijzeren draaihekken, weer naar buiten. Voor mij is dit een nieuwe ervaring, maar Ibrahim maakt dit soort toestanden vrijwel dagelijks mee. Vergelijk dat eens met een afdeling Burgerzaken in een willekeurig Nederlands stadhuis…

Woensdag

Deze dag breng ik deels door bij vrienden in Ramallah, maar aan het eind van de middag  ben ik terug in Bethlehem voor een bezoek bij PwC, de accountant die de financiën van Hope Flowers controleert en de jaarcijfers opstelt. Ik kan het jaarverslag van een commercieel bedrijf aardig lezen, maar voor privaat gefinancierde scholen zit het toch net even anders in elkaar. Ahmad Kawamleh is degene die alle jaarverslagen sinds 2011 heeft samengesteld; hij loodst me geduldig door alle hoofdstukken van het laatste jaarverslag heen, zodat ik precies begrijp hoe het in elkaar zit. Op mijn vraag naar de betrouwbaarheid van de financiële administratie bij Hope Flowers vertelt hij dat hij weinig fouten in de boekhouding aantreft, en dat die altijd worden gecorrigeerd voordat het jaarverslag wordt vastgesteld. Sinds 2011 is het ook standaard procedure dat PwC alle binnengekomen donaties expliciet terugkoppelt naar de gevende organisaties, zodat er zekerheid is dat het gedoneerde geld bij Hope Flowers is ontvangen en is besteed. Als er bedragen zijn die voor een specifiek project zijn bedoeld (bijvoorbeeld omdat ze via een actie voor dat project zijn opgehaald) dan wordt door PwC ook gecontroleerd dat deze bedragen niet zijn gebruikt om andere kosten te dekken maar daadwerkelijk aan het betreffende project zijn besteed. Zo is vorig jaar vanuit de Zwitserse organisatie ‘Palestine demain’ geld ingezameld voor een nieuwe inrichting van het computerlokaal, en PwC heeft vastgesteld dat het ingezamelde bedrag ook daadwerkelijk daaraan is besteed. Het jaarverslag van Hope Flowers wordt samengesteld volgens internationaal geldende richtlijnen.

Donderdag

In de ochtend bezoek ik samen met Ibrahim nogmaals de school, om in de verschillende klassen foto’s te maken (te zien op de homepage van onze website). Daarna opnieuw naar het Community Center, waar Ibrahim diverse afspraken heeft. Tussendoor geeft Ibrahim de nodige cijfermatige informatie over de school: 15 leerkrachten in dienst, verder een sociaal werken, een psycholoog, een logopedist, remedial teachers, een financieel manager, een nachtwaker en enkele chauffeurs (deels parttime) die kinderen van en naar school vervoeren. Verder enkele mensen in dienst bij het Community Center, en het algemeen management. Tenslotte zijn er nog twee mensen parttime aan de slag bij Radio Zahoor, een initiatief dat het werk van het Community Center ondersteunt door enkele ochtenden per week informatieprogramma’s uit te zenden. In totaal zijn er via de Hope Flowers Foundation 32 mensen in dienst – deels fulltime, deels parttime.

In de middag maak ik kennis met enkele mensen van het bestuur: Omar Othman (voorzitter), Awni Joubran (vice-voorzitter) en Fathen Handal-Balout (secretaris). We spreken vooral over de toekomst van de school: zowel de plannen als de (financiële) bedreigingen.

De visie van het bestuur is tweeledig: enerzijds ervoor zorgen dat de school stevig is geworteld in de lokale gemeenschap, en anderzijds ervoor zorgen dat de leerkrachten voldoende toegerust zijn om de kinderen te kunnen bieden wat ze nodig hebben – niet alleen op het gebied van kennis, maar ook op het gebied van zelfvertrouwen en persoonlijke kracht om zich te kunnen ontwikkelen tot burgers die zelfstandig, democratisch en vreedzaam kunnen samenleven.

Er zijn voor de komende periode twee belangrijke problemen, die allebei een financieel aspect hebben:

  • het opbouwen van een stabiel bestand aan leerkrachten – omdat de salarissen die Hope Flowers kan bieden relatief laag zijn (ook binnen de context van Palestina) is er teveel verloop. Pensioenopbouw is een onbekend verschijnsel in Palestina, en om dat compenseren zijn er wettelijke bepalingen voor de ‘vertrekregeling’. Dit heeft een negatieve invloed op het budget van de school.
  • de verslechterende economische situatie – de verhouding tussen inkomsten uit schoolgeld en inkomsten van buitenlandse vrienden-organisaties is al een paar jaar aan het verschuiven, de afhankelijkheid van buitenlandse giften wordt groter.

Een ander punt van aandacht is het geld dat specifiek voor een bepaald project is bedoeld. Voor buitenlandse donateurs is het prettig om te doneren voor een project, omdat de resultaten dan concreet en zichtbaar zijn. Maar ook de kosten van salarissen, elektriciteit en onderhoud moeten jaarlijks betaald worden. Vanuit de stichting Vrienden van Hope Flowers kunnen we in ieder geval proberen om onze donaties zoveel mogelijk ‘vrij besteedbaar’ te maken…

Vrijdagmorgen

In de lobby van mijn hotel heb ik een laatste gesprek met Ibrahim voordat ik mijn reis voortzet. Tijdens dit gesprek vullen we de laatste details in van de formulieren voor een subsidie-aanvraag bij een Nederlands fonds. Dan is het tijd voor afscheid, en ik ga op weg naar de volgende etappes van deze reis: Ramallah, Jericho, Sakhnin, Nazareth, en Nablus staan nog op het programma. Maar dat is een ander verhaal…